Steeds meer nieuwe wagens worden zonder volwaardig reservewiel geleverd. In de plaats krijgt u een noodwiel of een antilekset. Wat is het verschil, en wat betekent dat als u bandenpech krijgt op de E314 of ergens in Limburg? Deze gids zet het op een rij.
Het volwaardige reservewiel
Een gewoon reservewiel heeft dezelfde maat als uw andere banden. Voordeel: u kunt er normaal mee doorrijden tot bij een hersteller. Nadeel: het neemt plaats en gewicht in, en het moet zelf ook op spanning blijven. Controleer het dus af en toe.
Het noodwiel (smalle reserve)
Een smal noodwiel is lichter en compacter, maar bedoeld voor beperkte snelheid (meestal tot 80 km/u) en een korte afstand. Het is een noodoplossing om van de snelweg te geraken, geen volwaardige band voor een lange rit.
De antilekset (bandenreparatiekit)
Een antilekset spuit een afdichtmiddel in de band en pompt hem weer op. Handig bij een klein lek in het loopvlak, maar machteloos bij een zijwandscheur, een grote doorboring of een klapband. Bovendien moet de band daarna vaak alsnog vervangen worden.
Wat als geen van beide werkt?
Heeft u geen reservewiel, of redt de antilekset uw band niet, dan hoeft u niet naar een garage te rijden met een beschadigde band. Een mobiele bandenservice komt naar u toe, herstelt het lek waar het veilig kan of vervangt de band ter plaatse — per paar. Zo rijdt u zelf weer verder.
Ons advies
Weet vóór u vertrekt wat u aan boord heeft en hoe het werkt. Twijfelt u of uw noodwiel of set volstaat voor uw reis, neem dan bij voorkeur toch een volwaardig reservewiel mee.